Appendix 7. Waarnemingen van oorlogsmisdaden



[al4yu77N.HTM]

i.

Directe en indirecte kennis van oorlogsmisdaden


Er waren voor de Dutchbatters al vele aanwijzingen van Servische wreedheden en moorden op de Moslims. De gebeurtenissen werden spoedig bekend aan de buitenwereld.

Het voetbalveld.


(·) Kapitein Egberts: "Ik zag het voetbalveld over de hele oppervlakte gevuld met mannen, die geknield zaten met hun handen in hun nek. Honderden mannen. Het waren er meer dan op deze luchtfoto. De volgende dag zag ik opnieuw dit veld vol met geknielde mannen".

Het witte huis.


(·) Dutchbatters waren er getuige van dat paspoorten en/of identiteitsbewijzen voor een huis bij de compound (het 'witte huis') op een hoop waren gegooid (zie NIOD-rapport, Samenvatting, p.336). Binnen in dat huis troffen Dutchbatters ruim honderd doodsbange vluchtelingen aan. Deze Dutchbatters verklaarden later dat in dit huis totale doodsangst heerste en dat je er de dood kon ruiken.
(·) Kapitein R. Rutten: "Ik zag zo'n driehonderd mannen en jongens opgepakt in het witte huis. Je zag de totale angst in hun gezichten". .. "Het was een grondig geplande operatie. Iedere man wist goed wat te doen".
(·) Kapitein R. Rutten: "Een stapel van persoonlijke bezittingen en identiteitspapieren van Moslim mannen werd verbrand: de stapel brandde bijna twee dagen". (·) Kapitein Leen van Duijn verklaarde dat een Serviër hem lachend liet weten dat de Moslim mannen hun identiteitspapieren " niet meer nodig zullen hebben".

Opmerkelijk:

Een en ander was kennelijk geen reden om groot alarm te slaan.
Het Joegoslavië-Tribunaal oordeelde ten aanzien van deze stapel identiteitsbewijzen:
"at the stage when Bosnian Muslim men were divested of their identification en masse, it must have been apparent to any observer that the men were not screened for war crimes. In the absence of personal documentation, these men could no longer be accurately identified for any purpose. Rather, the removal of their identification could only be an ominous signal of atrocities to come." (Joegoslavië-Tribunaal, de zaak tegen Krstic, vonnis in eerste aanleg, punt 160).

Afslachten van mannen.


(·) Kapitein R. Rutten: .. "We troffen negen lijken die nog warm waren. Ik maakte foto's. Vervolgens meldde ik aan commandant Karremans: het is overduidelijk dat ze de Moslim mannen aan het afschieten zijn" ..
(·) Kolonel Karremans schrijft in zijn boek 'Srebrenica, Who Cares' (1998) dat hij commandant De Ruiter in Sarajevo reeds op 13 juli 1995 op de hoogte stelde van " negen geëxecuteerde mannen".
Kapitein R. Rutten had op 13 juli de lijken gevonden en daarvan foto's gemaakt.

Opmerkelijk:

De ontwikkeling van deze foto's zou op 26 juli 'helaas mislukken' in de handen van professionals van Defensie, 'omdat er een verkeerde ontwikkelstof was toegevoegd'. (Het eerste onderzoek hiernaar werd door het 'Kodakteam' onderzocht onder leiding van kapitein P.H. (Peter) Rutten (geen familie van kapitein J.H.A. (Ron) Rutten) van de marechaussee).
(·) Korporaal Groenewegen vertelde in 1996: "Ik zag een standrechtelijke executie van een Moslim man. Ik hoorde later die dag soortgelijke, geïsoleerde schoten verderop: het waren ongeveer twintig tot veertig schoten per uur".
(·) Kapitein F. Wessels, hoofd-verpleegkundige, bevond zich ten tijde van de inval van de Bosnische Serviërs in Potocari. Hij vertelde dat hij gezien heeft dat de mannen werden gescheiden van hun gezinnen, dat hij nadien schoten heeft gehoord en de bussen heeft gezien waarin de mannen werden afgevoerd. Hij zei dat het onjuist is dat met iedere bus vluchtelingen een VN-militair zou zijn meegereisd, zoals beweerd werd in Nederland (NOVA, 22-7-1995, interview).

Overige executies en oorlogsmisdaden.


(·) Y. Schellens, hospik, vertelde over zijn busreis, na een paar dagen in gijzeling te zijn geweest, van het dorp Milici naar Bratunac, waarbij hij onderweg een kiepauto vol met lijken zag en links en rechts lijken op de grond van uitsluitend mannen (NOVA, 22-7-1995, interview).
(·) Soldaat Stoelinga: "Ik zag op 15 juli 1995 een vrachtwagen met een containerbak van ongeveer vijf meter lang, tweeëneenhalf meter breed en anderhalf meter diep. Ik zag zeven of acht lijken boven de rand uitsteken. Verderop lagen stapeltjes kleren naast elkaar over een lengte van 200 tot 300 meter ".
(·) Soldaat M. van der Zwan vertelde over zijn eigen gijzeling door de Serviërs, en dat de van het front terugkerende Bosnisch-Servische soldaten pochten over hun verkrachtingen en moorden (NOVA, 22-7-1995, interview).
(·) Andere aanwijzingen van Servische wandaden, die door Dutchbatters werden waargenomen: het schoppen en slaan van Moslims, een Moslim meisje werd verkracht en bloedde daarbij, er werden granaten in Moslim huizen gegooid, veertig tot vijftig lijken werden gezien van vooral vrouwen en kinderen ..
(·) "On 12 and 13 July 1995, upon the arrival of Serb forces in Potocari, the Bosnian Muslim refugees taking shelter in and around the compound were subjected to a terror campaign comprised of threats, looting, and burning of nearby houses, beatings, rapes, and murders."
(Vonnis van het Joegoslavië-Tribunaal in eerste aanleg tegen R. Krstic, punt 150).

Opmerkelijk:

Majoor Franken verklaarde later in Zagreb: " De houding van het Bosnisch-Servische leger was wel intimiderend, maar ik heb zelf geen schoppen of slaan gezien ".

INCIDENTEN:

"Dutchbat verkenner Richard Joosten zag dat er tijdens de evacuatie 'lijken in het water dreven, dat bulldozers dode lichamen ruimden, dat moslims op de vlucht werden neergeschoten'.
Soldaat D.Z. [Derk Zwaan] zag hoe twee moslims achter een schuur werden gebracht, waarna schoten klonken en de Servische bewakers alleen terugkwamen. Voorhoeve geeft zelf een aanvulling op deze getuigenissen in zijn laatste brief aan de Kamer. Bij de de-briefing is gebleken dat militairen onder meer een 'tractor met een kar waarop lijken lagen', een 'kipauto met lijken' en een 'shovel met lijken' hebben gezien.
(Aart Brouwer, 'Welterusten'. De groene Amsterdammer, 9 aug. 1995).

ZIE VOOR MEER :
[http://retro.nrc.nl/W2/Lab/Srebrenica/150898grave.html] 'De twijfels over Srebrenica blijven', redacteuren, NRC Webpagina's, 15 augustus 1998).

ZIE OOK VEEL:
"Het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag wierp de afgelopen week echter wel een nieuw licht op de grote feitenkennis die de Nederlandse blauwhelmen al tijdens de inval, in juli 1995, hadden over de massamoord in de enclave." [***!!!] [http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2523259/2000/04/08/Het-woord-genocide-mocht-niet-vallen.dhtml] 'Het woord genocide mocht niet vallen', Trouw, 8-4-2000.

EN IN:
O:\D1a_Sit1\AL2\al4yu99_TOT1.htm