Appendix 2. Ondermijnen van de opdracht door desinformatie.



Het ministerie van Defensie maakte voor de voorlichting en opleiding van de rekruten voor de Dutchbat missie gebruik van een aantal gedreven pro-Servische propagandisten. Hieronder was een onwaarschijnlijk ijverig duo: Abe de Vries, en René Grémaux.
• Abe de Vries zou naar verluid een afgezwaaide luitenant zijn, en zou in 1992 de training voor Nederlandse Joegoslavië-gangers hebben opgezet. Hij studeerde geschiedenis in Groningen, later ook in Belgrado. Hij wordt ook wel aangeduid als historicus, free-lance publicist, journalist, en correspondent in Belgrado voor onder meer dagblad Trouw.
• René Grémaux, cultureel antropoloog, ook genoemd historisch anthropoloog, ook wel tekenend als 'Balkan-deskundige'. Hij studeerde in Nijmegen, en was docent op Clingendael.
Beide hadden sterke persoonlijke affiniteit met de Servische cultuur, historie en volksaard, zoals die althans onder Serviërs gekoesterd wordt.

Mede wellicht om reden van hun sterke pro-Servische Angehauchtheit - werd het tweetal in de jaren 1992 tot 1995 aangesteld als docenten aan het Centrum van Vredesoperaties (CVV) van de Koninklijke Landmacht te Ossendrecht ten behoeve van de trainies voor UNPROFOR missies, met name staf en personeel voor de Dutchbat missie Srebrenica. Hier gaven zij de Nederlandse kandidaat-blauwhelmen les in pro-Servische argumentatie, daarbij voortdurend hamerend op de onschuld en het slachtofferschap van de Serviërs, en de slechtheid en onbetrouwbaarheid van de Moslims.

Appendix 2a. Misleiding van rekruten.



De rekruten voor de missie naar Srebrenica werden tijdens hun opleiding nauwelijks geïnformeerd over de realiteit van de belegerde enclave.
"De voorbereiding en opleiding .. schoten tekort op het gebied van voorlichting over de situatie van de bevolking, hun culturele achtergrond en ervaringen tijdens de burgeroorlog. Hierdoor konden al tijdens de opleiding vooroordelen post vatten" .
Sterker, ze werden doordrenkt met desinformatie die nauw aansloot bij de Servische propaganda.
((Zie o.m. Frank Westerman, 'VN-soldaat krijgt les in Servische argumenten', - NRC -Handelsblad, 29 juli 1995;
"'De media' krijgen van de militairen de schuld van het volgens hen eenzijdige beeld dat 'alleen de Moslims zielig zijn'. Dit leren zij ook tijdens hun opleiding in Ossendrecht."
Ewoud Nysingh heeft sedert de zomer van 1995 herhaaldelijk gewezen op anti-Moslim-sentimenten onder Dutchbatters.

De aspirant-blauwhelmen werden ervan doordrongen dat elk gebruik van geweld ter verdediging van de bevolking uit den boze zou zijn.
"Dutchbat was ingeprent, van hoog tot laag, dat de humanitaire missie voor alles ging, en dat elke partijdigheid diende te worden vermeden"
Een toenmalig student Slavistiek in Amsterdam ontving destijds via een hoogleraar, die naar verluid banden had met de toenmalige BVD, de uitnodiging om naar Srebrenica te gaan en daar als tolk voor Dutchbat te gaan werken. Hij werd daarbij meteen al in de rang van kapitein aangesteld, ook al had hij nog geen enkele militaire training of ervaring. Hij vertelt over de 'voorlichting' door de legerleiding: ".. Er was een avond met een groot feest waar een heel, weet ik het, bataljon of compagnie of hoe dat heet, eh zou vertrekken. En daar was een generaal, waar ik de naam natuurlijk niet meer van weet, en ik twijfelde toen nog heel erg. [..] En dus sprak ik die generaal aan. Ik zei tegen hem, 'goh eh, ik ben daar tolk, hoe gaat dat dan, stel dat er beschietingen komen, moet ik dan deelnemen aan de gevechtshandelingen?' En toen zei die, 'Als er granaten gaan vallen, je kruipt gewoon onder de tafel. Hier, doe maar voor, daar staat een tafel, kruip er maar onder, dat kun je vast. En verder moet je je nergens druk om maken'.".

Appendix 2b. Misleiding van publiek



Het tweetal De Vries en Grémaux trad daarnaast op - net zo eendrachtig en gedreven - als 'voorlichters' van Defensie naar het publiek. Zij profileerden zich als 'publicisten' in de media om de Servische standpunten te propageren. Naarmate de Serviërs op de grond werden teruggedrongen, en de ware toedracht van hun grootschalige oorlogsmisdaden aan het licht kwam, voerden zij een pro-Servisch mediaoffensief op met opiniestukken in de dagbladen.
Van hun hand verschenen sinds begin jaren negentig tientallen artikelen in Nederlandse 'kwaliteitsmedia' zoals Trouw, NRC en De Volkskrant, met steevast een nogal bizarre strekking: de Serviërs waren steeds onschuldig en weerloos slachtoffer, de niet-Serviërs hadden overal schuld aan, en de Westerse media, politici en internationale instituties waaren louter anti-Servisch, evenals het Tribunaal voor voormalig Joegoslavië, etc..
(

Pro-Servisch propaganda-offensief in de media door 'voorlichters' Defensie


De publicaties
(Een beperkte greep uit verschenen werk).
Met bijdragen van Henk de Groen.

'De pers is de beste bondgenoot van de Bosnische moslims'.
Strekking: De Pers heeft bijgedragen aan 'onwerkelijk moralisme' en verwrongen perceptie van het conflict. Men zocht naar eenvoudige 'moreel aanvaardbare' oplossingen. Daardoor verblind, heeft de politiek partij gekozen voor de foute partij: de Bosnische Moslims.
" Onder druk van de media heeft het Westen een volstrekt onkritische houding aangenomen jegens de machtsaanspraken van de moslim-regering en bij haar de illusie gevoed dat de Bosnische eenheidsstaat toch tot de mogelijkheden behoort. In westerse hoofdsteden was een luide roep om ingrijpen het gevolg."
M.a.w., de Bosnische Moslims worden te veel gesteund, de massaslachting was nog niet genoeg. Deze lijn van denken wordt nog steeds gevolgd door Defensie.

'Steunen Moslims zal oorlog slechts verlengen'
Strekking: De roep om harder op te treden tegen de Bosnische Serviërs klinkt luider dan ooit. René Grémaux en Abe de Vries ondergraven echter argumenten om partij te kiezen voor de Moslims, en voeren daarvoor de Servische beschuldigingen op waarvoor weinig of geen bewijzen bleken te vinden.
"De enige uitweg uit het Bosnische dilemma lijkt dan te liggen in de acceptatie van de status-quo. ".
M.a.w. het internationaal recht dient te blijven wijken voor de razernij van de Servische expansiedrift.

'Het falen van de media in de Bosnische oorlog'.
().
(René Grémaux & Abe de Vries, Trouw, Podium, 20 juli 1995).
Strekking: Ondanks de Servische aanval op en verovering van het jarenlang belegerde Srebrenica wordt gesteld dat er geen reden is om enig onderscheid te maken in het conflict op grond van feitelijke oorlogshandelingen en gedragingen.
De berichtgeving is volgens de auteurs anti-Servisch, gooit olie op het vuur, en draagt bij aan hetgeen voorkomen zou moeten worden.

'VN-soldaat krijgt les in Servische argumenten'.
().
(Frank Westerman, - NRC -Handelsblad, 29 juli 1995).
Interview met trainers en trainees van het Centrum voor Vredesoperaties (CVV) van de Koninklijke Landmacht in Ossendrecht, waaronder De Vries en Grémaux. De zogenaamd 'neutrale', naar het Servische standpunt neigende houding van de hele Koninklijke Landmacht wordt hier op onthutsende wijze geëtaleerd.
" Omwille van de neutraliteit hoort het 'wegwerken van het bestaande beeld dat Serviërs agressors zijn en moslims slachtoffers' standaard tot de vooropleiding van de VN-militair.
[..] 'We proberen de cursist vooraf helemaal blauw te krijgen, dat wil zeggen: neutraal', zegt kapitein Marc van der Tier, de kwaliteitsbewaker van de opleiding. 'Anders dan de media, die het conflict kleur geven met meningen en impressies, presenteren wij slechts feiten.' '
"De antropoloog Grémaux is ervan overtuigd dat het 192-dorpen-verhaal op waarheid berust."
[..] Zo waren de VN-observatieposten langs de grenzen van Srebrenica volgens Dutchbat-sergeant Gert Gurgjes niet bedoeld om de bevolking van de enclave te beschermen, maar 'om de moslims binnen de pocket te houden, zodat er geen incidenten worden uitgelokt'.
In De Legerkoerier, een blad van het ministerie van defensie, zei Gurgjes vorig jaar: 'Wij zijn hier niet om de moslims te helpen, zoals velen denken.'
Onder de gewone soldaten is het 'één-pot-nat-denken' wijdverbreid. 'Of je het nou had over een Kroaat, een moslim of een Serviër, voor mijn maten waren het allemaal geitekoppen', zegt Yntze van der Honing, een neerlandicus die in 1993 zijn dienstplicht vervulde in het door Serviërs bezette deel van Kroatië. 'De gemiddelde VN-soldaat snapt niets van de oorlog en wil gewoon na een half jaar een Harley Davidson kopen.' "

'Krajina of Bosnië: etnische zuivering blijft etnische zuivering'.
().
(René Grémaux, Trouw, 11-08-1995).
Strekking: De Vries en Grémaux brengen het '192 dorpen verhaal' van Ratco Mladic: een groep Moslim strijders zouden, geleid door Nasr Oric, tussen mei 1992 en juli 1995 vanuit het belegerde, uitgehongerde Srebrenica (dat continu in de wijde omringd was door een overmacht aan zwaar bewapende Servische milities), maar liefst 192 Servische dorpen hebben aangevallen, uitgemoord en platgebrand. (Een vrijwel bovennatuurlijke prestatie!).
Het verband met de anti-Moslim instelling van Dutchbat wordt opnieuw duidelijk:
"Dat ontlokte luitenant-kolonel Karremans, tijdens de val commandant van Dutchbat, zijn veelgewraakte opmerking dat er in de Bosnische oorlog geen onderscheid te maken was tussen good en bad guys".

'Wie 'begon' de oorlog in Joegoslavië? De mythe van de schuld van Servië'.
().
(Abe de Vries, Trouw, Podium, een kwart pagina, 26 september 1995).
Strekking: Het onafhankelijkheidsstreven van niet-Servisch gedomineerde republieken in reactie op de Servische coup door de extremisten onder Milosevic, liet de Serviërs geen andere keus dan zich uit voorzorg 'verdedigen' door met het machtige Joegoslavische leger alvast de niet-Servische bevolking aan te vallen in Slovenië, Kroatië en Bosnië en via etnische zuiveringen te verjagen. ' Dus' aan de oorlog hebben de Serviërs eigenlijk part noch deel.

'Eenzijdig tribunaal over Joegoslavië werkt niet aan verzoening'.
().
(Abe de Vries, Trouw, Podium, 11 november 1995).
Strekking: Door de schuldigen steeds in Servische en Kroatische gelederen te zoeken en Karadzic verantwoordelijk te stellen voor zijn leidende en initiërende rol daarin, vergeten we dat door Moslims ook misdaden zijn gepleegd.

'Vermisten Srebrenica inzet politieke strijd'.
().
(René Grémaux & Abe de Vries, Trouw, Podium, 5 april 1996).
Strekking: Er zijn geen bewijzen dat er wel zoveel slachtoffers zijn. Dat het laatste wordt beweerd door Moslims heeft te maken met een machtsstrijd die gaande zou zijn tussen Silajdzic en Izetbegovic.

'Tribunaal moet vertrouwen van Servië winnen'.
().
(René Grémaux & Abe de Vries, De Volkskrant, 8 mei 1996).
Strekking: het Joegoslavië tribunaal moet ervoor zorgen dat het minstens zoveel Kroaten en Moslims in verdenking stelt, vervolgt en veroordeelt, als Serviërs. Immers, de recente conflicten zijn slechts een voortzetting van een eeuwenlange geschiedenis van inspanningen van de Serven om zich tegen het van alle kanten dreigende onrecht jegens hen te verdedigen.
(De argumentatie is weer boterzacht, wollig en vaag. Wederom worden de bekende feiten in twijfel getrokken, worden tegenvoorbeelden aangedragen zonder objectieve gegevens of verifieerbare bronnen, en wordt geen verband gelegd met de feitelijke tijdsvolgorde en proporties van oorlogsmisdaden van de verschillende 'strijdende partijen').

'Met vakantie naar Bosnië, Servië en Montenegro'.
().
(Abe de Vries, Trouw, Podium, volledige pagina, 25 mei 1996).
Strekking: Kom naar het wilde oosten. Een beschouwing à la Peter Handke.

'Servisch massagraf ontdekt in Krajina'.
.. 'Zagreb geeft geen informatie over moorden'.
().
(Jan Ballast & Abe de Vries, Trouw, voorpagina, met vervolg op buitenlandpagina, 26-06-1996).
Strekking: Er lijken ook voorbeelden te zijn van Servische slachtoffers.
.. Als er geen informatie over wordt gegeven dan moet het wel gebeurd zijn.

'Waar blijft het bewijs voor genocide in Srebrenica?'
().
(Abe de Vries en René Gremaux, NRC, 18 juli 1996).
Strekking: opnieuw geheel conform de Servische visie, betogen de auteurs dat er geen sprake was van grootschalige moordpartijen. Voor zover er slachtoffers waren aan Moslim zijde, waren deze te wijten aan ' paniek, mijnen en bloedige gevechten, niet van massa-executies'.

'Autonomie op Balkan begin van lange crisis'.
().
(René Gremaux & Abe de Vries, 9 april 1999, Trouw, de Verdieping).
Strekking: De escalatie van de crisis in Kosovo moet gezien worden als wederom een voorbeeld van de desastreuze effecten van afscheidingsbewegingen op de Balkan. Door het uitroepen van onafhankelijkheid stort het ' ingewikkelde kaartenhuis van landen en bevolkingsgroepen' ineen. Milosevic probeert slechts te redden wat er te redden valt.
Thans zijn het het rebellenleger UCK en de Navo onder leiding van de VS met haar bombardementen, die verantwoordelijk zijn voor de enorme vluchtelingenstromen, en alle materiële, economische, humane en politieke rampspoed in Klein-Joegoslavië.

'Nederland moet Navo stoppen'.
().
(Abe de Vries, Trouw, Podium, 27 mei 1999).
"Want de Navo-interventie is uitgelopen op een humanitaire tragedie. [..] De Navo schept geen condities voor multi-etnisch samenleven, maar veroorzaakt en bespoedigt etnische zuiveringen. Wat een humanitaire interventie heet te zijn, is uitgedraaid op een humanitaire ramp en de totale vernietiging van een soevereine staat. De Navo heeft met Allied Force haar morele, militaire noch haar politieke pretenties kunnen waarmaken. ".
De Vries schrijft zo'n walgelijk artikel over het NAVO ingrijpen in Kosova dat dit voor de eigen buitenlandredacteur Johan ten Hove aanleiding is om zelf op de Podium-pagina van 1 juni 1999 te reageren.

'Het is leeg op het Merelveld'.
.. 'Servisch bolwerk was even danstent UCK'.
.. 'Servische trots in scherven op straat'.
(Jan Bezemer, Trouw, De Verdieping, 28 juni 1999).
().
Strekking: de herdenking van de slag op het Merelveld dient om ieder te doen beseffen dat de Serven altijd al slachtoffer van zowat iedereen zijn geweest: katholieken, Turken, nazi's, communisten en recentelijk de gehele Westelijke wereld.
(Dit is stuitend als men weet dat er alleen al in deze eeuw drie door Serven georganiseerde genociden op de Kosovaarse Albanezen hebben plaatsgevonden.
Zie o.m. het boek 'Heavenly Serbia, from myth to genocide', van Branimir Anzulovic, op 29 mei 1999 uitgebreid in Trouw, Letter en Geest, besproken door Ton Crijnen onder de kop: 'Serviërs gevangen in een zelfgesponnen web van verzinsels').

'Wangedrag Moslims uit Srebrenica onderzocht'.
().
(Abe de Vries, in Belgrado, Trouw, voorpagina, 8 juli 1999).
Strekking: voortbouwend op de drogreden dat de Moslim bevolking van Srebrenica vanwege vermeende misdragingen van enkelen so wie so reeds al hun rechten (waaronder die van bescherming door Dutchbat) hadden verspeeld.
Wederom komt het '192 dorpen verhaal' aan de orde. Benadrukt wordt dat het RIOD (thans NIOD) dit verhaal terdege serieus neemt.

''Laat de duivel het meenemen'.
().
(Abe de Vries, Trouw, 7 juli 1999).
Strekking: 'Onderbouwing' van het voorpagina artikel van de vorige dag door een interview met de voorzitter van de Vereniging van Serviërs uit Bosnië, Milivoje Ivanisevic. Deze wordt uitvoerig en kritiekloos geciteerd. Wat 'de mensen' betreft - lees Serviërs - zo laat De Vries maar weer eens weten, mag het Joegoslavië-Tribunaal door de duivel worden weggevoerd. Goh, dat standpunt kenden we nog niet van de Serviërs.

'Serviërs niet schuldig aan genocide'.
().
(Abe de Vries, 'medewerker van Trouw in Belgrado', Trouw, 12 november 1999, p.19).
Strekking: wederom wordt gesteld dat de Serviërs niet doelbewust, planmatig en systematisch bezig waren met etnische zuivering van Albanezen in Kosova. Nee, dit was pas na de aanval door de Navo de 'enige kans' van Milosevic om zich tegen de Navo te weer te stellen. ..
De schuld voor de humanitaire catastrophe ligt uiteraard weer geheel bij de 'provocerende ' niet-Servische bevolking respectievelijk de 'agressieve' Navo. ..

'Kosovo 1 jaar na de oorlog'.
().
(Abe de Vries, Trouw, serie artikelen, 21, 23, 30, 31 maart 2000).
Strekking: Het is nog steeds te zien dat de Navo veel ellende heeft aangericht, dat het UCK een boevenrol speelt - 'Ach, UCK, het is gewoon tuig' wordt dankbaar uit de mond van een Brit opgetekend - en dat vooral de Serviërs onder veel leed en onrecht gebukt gaan. Kortom, dat Abe de Vries het altijd bij het rechte eind heeft gehad.
Opnieuw ontbreekt categorisch elk spoor van wederhoor van enige niet-Servische partij in de conflicten.
().


)
.