[*UIT: al4yu61N.htm :]
1. Servische agressie was al jaren gebruikelijk, en ruim tevoren aangekondigd, dus voorspelbaar
.
De Nederlandse militairen hadden zich in de jaren 1993 - 1995 serieus moeten voorbereiden
op de te verwachten agressie door de Servische belegeraars tegen de inwoners van Srebrenica, de zogeheten Moslims.
('Moslims' is een aanduiding van een etnische groep, 'moslims' voor een religieuze met name islamitische groep).
Want de Servische aanval op Srebrenica, en de oorlogsmisdaden tegen haar inwoners, burgers
hoefden nauwelijks te verrassen: ze waren niet uitzonderlijk, maar pasten naadloos in een
patroon
en waren voor iedere betrokkene ruim tevoren
voorspelbaar.
a.
Disproportionele agressie.
De aanval op Srebrenica lag geheel in de lijn van de veroveringen, verwoestingen en
'etnische zuiveringen' in Bosnië-Hercegovina door Servische militairen en paramilitaire bendes sinds 1992.
Deze grootschalige gewelddaden waren onderdeel van de Servische agressie tegen niet-Serviërs in
voormalig Joegoslavië sinds 1989.
Het ging hier beslist níet, zoals de aanvallende partij bij monde van Slobodan Milosevic voortdurend beweerde,
om een 'gewone' burgeroorlog waar 'niemand onschuldig was'. (Dit drogbeeld diende voor de Serviërs
om hun agressie goed te praten, en werd prompt gretig overgenomen door de Europese landen
om hun jarenlange 'neutraliteit' goed te praten). In plaats daarvan was sprake van een regelrechte
aanvalsoorlog
. Hierin was een
consistent patroon te bespeuren:
(1)
Motief
:
Met de dood van maarschalk Josep Broz alias Tito in 1980 verdween een belangrijke samenbindende factor
in de federatie die Joegoslavië was - bestaande uit 6 republieken en 2 provincies. Vervolgens waren er na de val
van de Berlijnse muur in 1989, het einde van de Koude Oorlog, de ontbinding van de
Sovjet-unie en de val van communistische regimes in Oost-Europa, weinig politieke
gronden meer voor het in stand houden van de op socialistische leest geschoeide Joegoslavische federatie.
Er was echter geen eenduidig staatkundig alternatief voor het Joegoslavische grondgebied.
De grenzen tussen de republieken en provincies van het toenmalige Joegoslavië kwamen slechts
heel globaal overeen met de woongebieden van de etnische bevolkingsgroepen. Binnen de federatie namen de Serviërs
wel een bijzondere positie in. Allereerst vormden zij de grootste etnische bevolkingsgroep (36 procent)
die al decennia lang domineerde in alle centrale machtsinstituties: de overheid, de communistische partij,
het ambtenarenapparaat, en het machtige federale leger - alle gecentreerd in Belgrado. Maar tegelijk
vormden zij buiten de deelrepubliek Servië in elke andere republiek een minderheid. Zij hadden dus belang bij
het behoud van hun economische en politieke privileges binnen de federatie,
dus ook het behoud van hun etnische identiteit - en het belemmeren van de andere republieken om
zich los te maken van de Servische dominantie.
(2) Plan
:
Al in 1986/87 werd bekend dat onder nationalistische Serviërs een tweeledig plan bestond om de Servische
dominantie veilig te stellen en zelfs radicaal uit te breiden: in eerste instantie Servische hegemonie
over geheel Joegoslavië (wat zou neerkomen op etnocratische dictatuur); of anders,
bij uiteenvallen van de federatie, een radicale expansie van Servië tot een 'Groot-Servië',
dat in plaats van de toenmalige 21 procent, maar liefst 80 procent van ex-Joegoslavië zou moeten beslaan
(waaronder Kosovo en grote delen van Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina) en dat volgens extremisten zgn.
'etnisch zuiver' zou moeten zijn: hetgeen al deportatie en/of genocide tegen niet-Serviërs impliceerde. 'Etnische
zuivering' was een beproefde Servische methode sinds 1878 (zie Vaso Cubrilovic,
1937, 'De Verdrijving van de Arnauten').
Plannen voor een 'Groot Servië' ontstonden al in 1942 en werden onder Milosevic uitgewerkt.
Onder niet-Serviërs bestonden, zoals in alle etnische groepen, eveneens nationalistische tendensen,
maar deze waren minder breed gedragen (bijv. in Kroatië) en vooral gericht op onafhankelijkheid (bijv.
de Albanese Kosovaren) en minder op racisme, hegemonie en expansie.
(3) Propaganda
:
Theoretisch gezien had de Joegoslavische federatie misschien wel bijeen kunnen worden gehouden.
Maar nadat de extreem-nationalist Slobodan Milosevic in 1987 aan de macht was gekomen
volgde in Servië van staatswege een grootschalig agressief propaganda-offensief via de massamedia, met de bekende
basiskenmerken: mythische verheerlijking van de Serviërs (de In-group),
verdachtmaking en ontmenselijking van niet-Serviërs (de Out-group), en extreme
eisen tot 'historische correcties' - sommige teruggaand tot de Middeleeuwen - in het collectief voordeel van de
Serviërs.
(Verhaald werd van een groots, heroïsch verleden van het volk: het Groot Servisch Rijk in de Middeleeuwen,
het anti-nazi verzet van de Çetniks in de 2de W.O. Zo groeide de mythe van 'het beste volk', verbonden door
Blut und Boden. Gehamerd werd op het onrecht in het verleden: in de Middeleeuwen vooral
begaan door de Moslims, tijdens de 2de W.O. vooral door Kroaten. Dit alles zou wijzen op een
dramatisch en onafzienbaar Servisch slachtofferschap,
op vrijwel totale rechteloosheid van niet-Serviërs, op grenzeloze 'historische rechten' van Serviërs op
genoegdoening, en een glorieuze bestemming voor het Servische volk. Haat en wraakzucht werden zo onder
de Serviërs opgevoerd, en voor 'de grote nationale zaak' werden alle middelen geoorloofd geacht.)
Deze onophoudelijke propaganda sorteerde binnen enkele jaren effect: overal in de
federatie kwamen familieleden, naaste buren en voormalige vrienden vijandig tegenover elkaar te staan.
Alles wijst er op dat de doelbewust kunstmatig tot hysterische hoogten opgevoerde paranoia doorslaggevend
is geweest in de massale Servische steun die het regime van Milosevic kreeg in zijn
agitatie en agressie tegen niet-Serviërs.
In de andere republieken kwamen nationalistische politici, zoals Franjo
Tudjman in Kroatië, al gauw met tegenpropaganda en onredelijke eisen. Zij werden
echter niet gesteund door een vergelijkbare politieke en militaire macht.
(4) Stappen naar dictatuur
:
Milosevic trok 4 oktober 1991 alle macht in Belgrado naar zich toe. Gaandeweg
werden democratische en andere gematigde krachten in Servië via intimidatie en straatterreur monddood gemaakt.
Vreedzame anti-Milosevic demonstraties werden met inzet van het leger de kop in gedrukt.
De ontwikkelingen in Servië werden als uiterst bedreigend en verontrustend ervaren
door de andere bevolkingsgroepen in de republieken buiten Servië. Een volgende stap was dat in de andere
republieken, onder niet-Serviërs èn democratische Serviërs, het streven naar
grotere onafhankelijkheid van Belgrado groeide.
(In het vervolg verwijzen de termen 'Servië', 'Serviërs' en 'Servisch(e)' waar het een strijdende
partij betreft uiteraard slechts naar het extreem-nationalistische deel van de Serviërs.)
(5) Machtsoverwicht
:
Rond 1990 verwierf Servië de controle over het gehele, machtige Joegoslavische leger met
zijn kolossale bewapening. Daarmee verwierf ze vrijwel totale overmacht tegenover de andere republieken. Er
vond vervolgens in het leger weliswaar massale desertie plaats van Serviërs en niet-Serviërs, maar er was genoeg
vervanging door fanatieke Servische nationalisten.
Voor de niet-Servische republieken resteerden de plaatselijke politiediensten
en territoriale zelfverdedigingmilities (ingesteld onder Tito), met een veel geringere slagkracht.
(6) Uitdrukkelijke dreigementen
:
In onderhandelingen over de toekomst van de federatie stelden Serviërs zich volstrekt compromisloos op.
De redeneertrant van de Serviërs kwam steeds weer neer op 'wie niet voor ons is, is tegen ons'. De
niet-Servische partijen werden gedreigd met totale oorlog indien zij - juist vanwege de
Servische dreiging - stappen naar grotere autonomie zouden zetten.
Het Servische excuus was dat de Servische minderheden in de diverse republieken bij
losmaking van het 'moederland' Servië, niet meer veilig zouden zijn. Het volgende
excuus was dat de aanval de beste verdediging zou zijn.
In werkelijkheid waren er nauwelijks concrete aanwijzingen van een dreiging voor
deze Serviërs 'buiten het moederland'. De niet-Servische partijen toonden zich bovendien bereid om te zoeken
naar redelijke compromissen, waarbij de federatie in lossere vorm zou voortbestaan.
In dat stadium was er nog lang geen noodzaak van een aanvalsoorlog 'uit zelfverdediging'. De Servische leiders
bleken echter niet voor rede vatbaar en stelden absurde eisen die voor de andere
partijen zelfdestructie betekenden.
(7) Initiatief
:
Vervolgens[*?] volgde de Servische annexatie van Kosovo (1989), en riepen Serviërs in de diverse
republieken als eerste een eigen republiek uit (Kroatië: april 1991, 'Krajina'; Bosnië: 21-12-1991, nl.
'Srpska').
De niet-Servische partijen hebben hier over het algemeen beheerst op gereageerd.
Wel namen zij hierna, zeer overwogen en gefundeerd, besluiten om op volledige autonomie aan te sturen. In Kroatië
werd wel een grondwet voorgesteld die nadelig voor de Kroatische Serviërs kon
uitpakken, deze werd door de Bandinter Commissie van de EG daarom bekritiseerd. De Bosnische Constitutie
werd echter algemeen geprezen.
(8) Militaire aanval
:
Het uitroepen van onafhankelijkheid door gebieden hoeft uiteraard niet 'automatisch' te leiden tot
bloedvergieten en oorlogsgeweld. Hiervan zijn in de geschiedenis vele voorbeelden. Maar in het Joegoslavië van
Milosevic c.s. leidde het streven van bevolkingsgroepen naar onafhankelijkheid
ertoe dat oorlog tegen de bevolking werd ingezet, met als hoofdingrediënten 'etnische zuiveringen', terreur en
massamoord.
Begin april 1992 verkondigt Radovan Karadzic, de leider van de Serviërs in Bosnië: "
De erkenning van Bosnië zal leiden tot een bloedbad waarbij Noord-Ierland nog een paradijs zal zijn".
In àlle gevallen gingen Serviërs als eerste over tot - grootschalige en nietsontziende
(·) militaire aanvallen: in Slovenië (juni-juli 1991), Kroatië (juli 1991 - februari 1992),
Bosnië-Herzegovina (maart 1992 - november 1995), en later Kosovo (zomer 1998 - juni 1999).
(In Kosovo voerde het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UCK) sinds 1996 aanvallen
uit maar dat vooral wegens de onderdrukking vanuit Belgrado sinds 1989).
Standaard was daarbij het excuus dat de aangevallen partijen het Servische geweld
zèlf hadden uitgelokt, waardoor de noodzaak ontstond om 'terug te slaan'.
De niet-Servische partijen hebben in eerste instantie voornamelijk in verdediging gereageerd, met tegenvuur en
uitvalsacties. Deze tegenaanvallen werden echter voorgesteld als "terroristische acties" van de tegenpartij
waarvoor de gehele bevolkingsgroep verantwoordelijk werd gesteld. Kenmerkend was daarbij een systematische
disproportionaliteit of 'over-kill', als consequentie van het motto van extreem-nationalistische Serviërs:
"Duizend hoofden van Kroaten en Moslims voor iedere dode Serviër!".
(9) Massale oorlogsmisdaden
:
Vast onderdeel van de Servische strategie was het buitensporige geweld
van zwaarbewapande militairen en paramilitairen tegen weerloze burgers: wurgende belegeringen en verwoestende
beschietingen van civiele doelen door sluipschutters (snipers) en artillerie (in tien maanden 800.000
granaten op Sarajevo), 'ethnic cleansing', plunderingen, mishandelingen, martelingen,
verkrachtingen, verminkingen, concentratiekampen (bekend sinds 7 augustus 1992) en massamoorden.
Massaslachtingen volgens 'het recept Srebrenica' waren in de jaren 1989-1995 bijna aan de orde van de dag.
(Bijv. in Kosovo: Prstina, maart 1989: 22 doden; in Kroatië: Vukovar, september 1991: ca. 2.000 doden;
Vocin, december 1991: 48 doden; overig Kroatië: ca. 15.000 doden; in Bosnië-Hercegovina: Sarajevo
en directe omgeving, 1993-1995: ca. 20.000 doden; Zvornik, april 1992: 2.000 doden; Bijeljina, april
1992: 25 doden; Brcko, juli 1992: 3.000 doden; Travnik, augustus 1992: 200 doden; Bratunac, december
1992: massa-executies; Tuzla, mei 1993: 71 doden; Gorazde, juni 1993: 2.000 doden; overig Bosnië: ca.
120.000 doden; enz.)
Binnen enkele jaren vielen ca. 120.000 doden, en waren er ca. 2 miljoen vluchtelingen of zgn. displaced
persons op de Balkan waarvan velen met zware persoonlijke verliezen en oorlogstrauma's.
Niet-Servische partijen, zoals Kroaten en Bosniërs, hebben zich beslist óók aan
oorlogsmisdaden bezondigd, maar dit gebeurde minder frequent en grootschalig, en hoofdzakelijk reactief en
incidenteel in plaats van planmatig of systematisch.
Nog medio 1993 bevestigden vrijwel alle onafhankelijke internationale
hulpverlening- en mensenrechten-organisaties: er zijn nog steeds geen harde bewijzen voor wreedheden van Moslims
tegen burgers. Kroatische en Servische vluchtelingen maakten geen van allen melding van folteringen door Moslims
(zie bijv. The Guardian, 25-6-1993).
De aanhangers van de 'burgeroorlog' interpretatie bleven echter vasthouden aan hun vooroordelen: "
De Moslims maken zich net zo goed schuldig aan etnische zuiveringen" (Peter Michielsen, NRC, 15-6-1993).
Uiteraard zal geen zinnig mens aannemen dat er ooit één betrokkene in een conflict volmaakt onschuldig, dus
bovenmenselijk is. Maar van een 'net zo goed' mate van schuld was hier duidelijk absoluut geen sprake.
Pas in een later stadium van de oorlog was sprake van aanmerkelijke uitzonderingen, zoals met name de
Kroatische wreedheden op Moslims in Zuid-Oost Bosnië, april 1993. Bij de
Kroatische herovering van de Krajina op de Serviërs, zomer 1995, vluchtten bijna alle
van de honderdduizenden Kroatische Serviërs voor het oprukkende Kroatische Leger uit en
werden dus niet, zoals zo vaak wordt beweerd, actief verdreven en evenmin op grote schaal geterroriseerd.
(10) Notoire onbetrouwbaarheid
:
Schending door Serviërs van vrijwel alle afspraken, overeenkomsten, verdragen, staakt-het-vurens ..
Maarten Van Traa, kamerlid voor de PvdA, zegt 23 juni 1993: "Het probleem is nu
juist dat die gasten wel iets zeggen maar het absoluut niet doen. Wij kunnen
alleen iets bereiken als wij op een bepaald moment willen zeggen: dit is een streep in het zand.
Dat is het werkelijke probleem... Iedereen kan toch zien dat zolang de EG die streep in het zand niet
duidelijk wil trekken, deze dingen [zoals de belofte van Milosevic om een
embargo in te stellen tegen de Bosnische Serviërs] allemaal schijnmanoeuvres zijn".
Typisch genoeg stond deze onbetrouwbaarheid ook altijd al Joris Voorhoeve voor ogen,
tijdens de uitzending van Dutchbat minister van Defensie: "Karadzic was altijd al volkomen onbetrouwbaar.
Dat was al bekend in de jaren 1992-1995 toen hij tientallen afspraken heeft geschonden".
(Voorhoeve in NOVA, 31-7-2008).
Niettemin meldde een VN diplomaat zelfs nog na de aanval op Srebrenica: "We verwachten dat Mladic woord houdt
".
(11) Dreigende genocide
:
President Alija Izetbegovic van Bosnië in 1993: "Capitulatie [van het Bosnische leger]
staat gelijk met afgemaakt worden".
Henry Wijnaendts, directeur-generaal politieke zaken, Joegoslavië-onderhandelaar 1991-1992: "
De Moslims in Bosnië .. worden op een afschuwelijke wijze afgeslacht en in een hoek gedreven;
ze kunnen nergens meer terecht.. Izetbegovic .. zit in een no choice situation
.
Zijn mensen zijn eruit gegooid, vertrapt, vernederd... " (in HP/De Tijd, 11-6-1993).
(12) Winst
:
Tot medio 1995 heeft al dit geweld voor Serviërs hoofdzakelijk forse winst opgeleverd, in de vorm van
gebiedsuitbreiding en oorlogsbuit. Alles 'etnisch gezuiverd', precies volgens plan. Daarnaast leek men ook een
pervers soort 'sadistisch amusement' te beleven bij het plegen van de gruweldaden.
b.
Bekende daders en recidivisten onder de belegeraars
Onder de Servische oorlogsmisdadigers van het eerste uur waren velen die later deelnamen aan de belegering en de
beschietingen, en de latere verovering, van Srebrenica. Van hen was dan ook weinig
mededogen te verwachten jegens de bevolking van de enclave.
Hieronder was ook generaal Ratko Mladic. Hij leidde onder meer de voortdurende beschietingen vanaf de berg
Igman op de weerloze burgers van Sarajevo, met de woorden: "
Blijf ze beschieten tot ze er gek van worden".
Het is dan ook volkomen absurd, zeer nalatig en bijzonder laakbaar dat de Nederlandse verantwoordelijken
niet serieus rekening hebben gehouden met een krachtige Servische militaire aanval op Srebrenica
inclusief de daarbij gebruikelijke wreedheden en massamoorden op burgers en strijders.
[*YU0153.wp :]
10 maart 1993
HET SERVISCH EXTREEM-NATIONALISME: OPBOUW EN EFFECTEN
Er zijn enige parallellen tussen het Servisch extreem-nationalisme en Hitlers nazisme.
Sinds 1990 wordt in Servië via de media een grootscheepse en voortdurende propaganda-oorlog gevoerd.
Daarbij wordt een extreem- rechtse ideologie verspreid.
(x) Verhaald wordt van een groots, heroïsch verleden van het volk:
het Groot Servisch Rijk in de Middeleeuwen, het anti-nazi verzet van de Çetniks in de 2de W.O..
De mythe wordt gevoed van de Serviërs als zeer bijzonder, groots, trots en edel volk (als ~Übermenschen,
verbonden door ~Blut und Boden).
(x) Tevens wordt gehamerd op het onrecht dat het volk is aangedaan: in de Middeleeuwen door de Moslims, in
de 2de W.O. door Kroaten die met de Nazi's heulden.
(x) Ter onderbouwing van de collectieve lotsbestemming worden sentimentele, pseudo-religieuze legendes gekoesterd.
De nederlaag tegen de Turken in 1389 op het Merelveld bij Kosovo Polje
wordt nog jaarlijks, ruim 600 jaar na dato uitbundig gevierd om de nationale slachtofferpose in stand te
houden..
(x) Maar ook in het heden zou het volk benadeeld en belaagd worden door vrijwel alle andere volkeren.
Spook- en schrikbeelden worden verspreid: De Kroaten zijn een "moorddadig volk", de Moslims zijn
"fundamentalisten die de hele Balkan Islamitisch willen maken".
(x) Het eigen volk zou historische rechten hebben op extra gebied, en op grondige bestraffing van ieder van
andere afkomst of andere gedachten.
(x) Kosovo wordt dwepend als ‘de wieg van de Servische natie' afgeschilderd, teneinde aanspraken op dat
gebied te onderschrijven (x) Gesuggereerd wordt een glorieuze voorbestemming voor het volk.
Zo ontstonden de plannen voor een 'Groot Servië' (al in 1942, uitgewerkt sinds 1986).
(x) Voor "de grote Servische zaak" worden alle middelen geoorloofd geacht.
"Onze waardigheid is in het geding" is de leus.
Het motto in Belgrado is: "1000 dode Moslims en Kroaten voor 1 dode Serviër".
(x) Elke Servische aanval wordt per definitie als 'verdediging' gepresenteerd.
Ook als de aangevallenen alleen ongewapende burgers zijn - wat meestal het geval is.
(x) Vervolgens wordt geen enkele regel van menselijkheid of oorlogsrecht jegens de slachtoffers in acht genomen.
(x) De agressieve en wrede handelingen van de eigen partij, waaronder de meest gruwelijke wreedheden tegen
weerloze burgers, worden steevast ontkend.
Wanneer dit niet lukt - als de ware toedracht onmiskenbaar blijkt -
dan wordt elke verantwoordelijkheid voor eigen gedrag afgeschoven op de andere partij
of in ieder geval op niet-Serviërs.
Een groot deel van het Servische volk is geïndoctrineerd en gehersenspoeld met deze denkbeelden en tactieken.
Als logische consequentie volgen massale en extreme schendingen van de mensenrechten:
politieke, culturele en etnische discriminatie in Servië en Klein-Joegoslavië;
en vervolgingen, 'zuiveringen' en volkerenmoord (genocide) in omringende gebieden.
De Servische insinuaties en gewelddaden richten zich niet alleen tegen Kroaten en Moslims
maar ook tegen Hongaren, Tsjechen, Slowaken, Oekraïners, Italianen, Albaniërs, Joden, enz.
in voormalig Joegoslavië.
Excuses te over! (x) De Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic (feb. 1993):
"Serven zijn niet verantwoordelijk voor de wreedheden. Wij wilden niet dat Joegoslavië uiteen zou vallen.
Dat is het werk van Duitsland. ... Wij beschermen slechts Servisch gebied. ...
"Wij hebben het recht onze nationale identiteit, cultuur en economie te beschermen ..".
"Als mensen aangevallen worden hebben zij het recht zich te verdedigen, op alle mogelijke manieren ..
Ik zou niet in staat zijn de wreedheden te stoppen. ..".
"Serviërs zijn niet de meest wrede partij. Dat zijn de moslims. ..".
(x) Een Servische commandant: "Wij vechten voor onze zelfbestemming" (bedoelt: uitzinnige nationalistische droom).
(x) Een Servische burger: "Wij zijn trots op onze strijders".
De verschillen met Hitler's Nazisme zijn enkel kwantitatief (nog niet zó massaal)
en oppervlakkig (de Serviërs gebruiken andere woorden, begrippen, vormen, symbolen, en excuses).
Er zijn onder de Serviërs zeker individuen en groepen die nog voor zichzelf kunnen denken,
maar zij vormen een bedreigde minderheid.
De extreem-nationalisten in Servië (50 %), de nóg extremer fascisten (27 %),
en de meeste Servische legereenheden en semi-militaire troepen in Kroatië en Bosnië
zijn voorlopig onbetrouwbaar en levensgevaarlijk.
[*UIT: YU0151.htm :]
10 maart 1993
HET SERVISCH EXTREEM-NATIONALISME: OPBOUW EN EFFECTEN
Er zijn enige parallellen tussen het Servisch extreem-nationalisme en Hitlers nazisme.
Sinds 1990 wordt in Servië via de media een grootscheepse en voortdurende propaganda-oorlog gevoerd.
Daarbij wordt een extreem- rechtse ideologie verspreid.
(x) Verhaald wordt van een groots, heroïsch verleden van het volk: het Groot Servisch Rijk in de Middeleeuwen,
het anti-nazi verzet van de Çetniks in de 2de W.O..
De mythe wordt gevoed van de Serviërs als zeer bijzonder, groots, trots en edel volk (als ~Übermenschen,
verbonden door ~Blut und Boden).
(x) Tevens wordt gehamerd op het onrecht dat het volk is aangedaan:
in de Middeleeuwen door de Moslims, in de 2de W.O. door Kroaten die met de Nazi's heulden.
(x) Maar ook in het heden zou het volk benadeeld en belaagd worden door vrijwel alle andere volkeren.
Spook- en schrikbeelden worden verspreid: de Kroaten zijn een "moorddadig volk",
de Moslims zijn "fundamentalisten die de hele Balkan Islamitisch willen maken",
de westerse wereld "is erop uit om de Serviërs te vernederen".
(x) Het eigen volk zou historische rechten hebben op extra gebied,
en op grondige bestraffing van ieder van andere afkomst of andere gedachten.
(x) Gesuggereerd wordt een glorieuze voorbestemming voor het volk. Zo ontstonden de plannen voor een 'Groot Servië'
(al in 1942, uitgewerkt sinds 1986).
(x) Voor "de grote Servische zaak" worden alle middelen geoorloofd geacht.
"Onze waardigheid is in het geding" is de leus.
Het motto in Belgrado is: "1000 dode Moslims en Kroaten voor 1 dode Serviër".
(x) Elke Servische aanval wordt per definitie als 'verdediging' gepresenteerd.
Ook als de aangevallenen alleen ongewapende burgers zijn (x) wat meestal het geval is.
(x) Vervolgens wordt geen enkele regel van menselijkheid of oorlogsrecht jegens de slachtoffers in acht genomen.
(x) De agressieve en wrede handelingen van de eigen partij, waaronder de meest gruwelijke wreedheden tegen
weerloze burgers, worden steevast ontkend.
Wanneer dit niet lukt (x) als de ware toedracht onmiskenbaar blijkt (x) dan wordt elke verantwoordelijkheid voor
eigen gedrag afgeschoven op de andere partij of in ieder geval op niet-Serviërs.
Een groot deel van het Servische volk is geïndoctrineerd en gehersenspoeld met deze denkbeelden en tactieken.
Als logische consequentie volgen massale en extreme schendingen van de mensenrechten:
politieke, culturele en etnische discriminatie in Servië en Klein-Joegoslavië;
en vervolgingen, 'zuiveringen' en volkerenmoord (~genocide) in omringende gebieden.
De Servische insinuaties en gewelddaden richten zich niet alleen tegen Kroaten en Moslims
maar ook tegen Hongaren, Tsjechen, Slowaken, Oekraïners, Italianen, Albaniërs, Joden, enz.
in voormalig Joegoslavië.
Excuses te over!
(x) De Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic (feb.
1993): "Serven zijn niet verantwoordelijk voor de wreedheden.
Wij wilden niet dat Joegoslavië uiteen zou vallen. Dat is het werk van Duitsland. ...
Wij beschermen slechts Servisch gebied. ...
"Wij hebben het recht onze nationale identiteit, cultuur en economie te beschermen ..".
"Als mensen aangevallen worden hebben zij het recht zich te verdedigen, op alle mogelijke manieren ..
Ik zou niet in staat zijn de wreedheden te stoppen. ..".
"Serviërs zijn niet de meest wrede partij. Dat zijn de moslims. ..".
(x) Een Servische commandant: "Wij vechten voor onze zelfbestemming" (bedoelt: een idiote nationalistische droom).
(x) Een Servische burger: "Wij zijn trots op onze strijders".
De verschillen met Hitler's Nazisme zijn enkel kwantitatief (nog niet zó massaal)
en oppervlakkig (de Serviërs gebruiken andere woorden, begrippen, vormen, symbolen, en excuses).
Er zijn onder de Serviërs zeker individuen en groepen die nog voor zichzelf kunnen denken,
maar zij vormen een bedreigde minderheid.
De extreem-nationalisten in Servië (50 %), de nóg extremer fascisten (27 %),
en de meeste Servische legereenheden en semi-militaire troepen in Kroatië en Bosnië
zijn voorlopig onbetrouwbaar en levensgevaarlijk.